Brief aan rekenkamer 4 september 2016

Rekenkamercommissie

Gemeente ’s-Hertogenbosch
t.a.v. de heer H.W.M. Wouters
’s-Hertogenbosch, 4 september 2016

Mijne Heren,

Uw brief van 29 augustus 2016 is in onze vergadering van 2 september 2016 uitvoerig aan de orde geweest. Het zal u niet verbazen dat een geëngageerd gezelschap als ons comité daarop in het begin verschillend heeft geoordeeld. Aanvankelijk overheerste weliswaar teleurstelling. Maar zeker ons drietal, met wie u heeft gesproken ter nadere toelichting van ons verzoek, heeft van meet af aan waardering geuit voor de wijze waarop u naar ons in uw verslag heeft gereageerd in het kader van uw taakstellende opdracht.

Vooral de passage dat uw commissie ‘de raad in stelling wil brengen met het identificeren van relevante vragen en hem helpen om begin 2017 een goed (vervolg-)besluit te nemen’….etc  en verder : ‘De raad moet zijn kaderstellende en controlerende rol op dit terrein goed kunnen uitvoeren, gegeven het grote financiële en  maatschappelijke belang van het te nemen besluit’.

Ons comité waardeert het ook, dat u het woord ‘hoofdpijndossier’ in Uw brief heeft willen overnemen. In dat verband hebben een aantal onderzoekingen op financieel gebied en gesprekken met enkele deskundigen, na ons verzoek aan U, zeer recent dus, ons comité zeer verontrust. De Bossche gemeenschap zal bij sloop en nieuwbouw van het theater nog jarenlang met ernstige beperkingen op veel culturele uitingen geconfronteerd worden.

Daar komt bij, dat sloop en nieuwbouw jarenlang voor de buurt (Parade, Cavaleriestraat, Triniteitsstraat, Peperstraat en Oude Dieze) ernstige overlast zullen opleveren door hinder van zwaar verkeer en schade aan woningen. De financiële consequenties daarvan kunnen wij (nog) niet overzien.

Bovendien zal de buitengebruikstelling van het theater en de programmering op verscheidene plaatsen in de stad tot in Breda toe, bezoekers uit stad en ommelanden vervreemden van de eigen stek. De continuïteit van het bezoekersaantal in de verre toekomst voor een bezoek aan een eigen gebouw in de stad zal daar ongetwijfeld blijvend afbreuk aan doen.

Tot slot willen wij u niet onkundig laten van ons voornemen om met enkele groeperingen in onze gemeenschap, die zich overduidelijk tegen sloop en nieuwbouw van het Theater hebben uitgesproken, contact te zoeken ter uitwisseling van onze werkzaamheden: de Monumentencommissie, De Kring Vrienden, Bewonersgroepering Choorstraat, De Zusters van de Choorstraat.

Tot slot sluit ik een brief in, die ik ook eerder aan alle leden van ons comité heb gestuurd.

Met vriendelijke groeten,

Dr. Theo Hoogbergen, voorzitter

Mevr. Til Palm, MWO,  secretaris,

ANTWOORD VAN REKENKAMER